Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2024 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank waarbij maandelijks een bedrag werd ingehouden op zijn AOW-pensioen. Na afwijzing van het bezwaar is eiser in beroep gegaan bij de rechtbank. De rechtbank heeft eiser meerdere malen verzocht het griffierecht van €50,- te betalen binnen een gestelde termijn.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de aangetekende brief met het verzoek tot betaling niet is afgehaald en retour is gezonden. Hierdoor is het griffierecht niet ontvangen binnen de termijn. Eiser heeft geen geldige reden opgegeven voor het niet tijdig betalen van het griffierecht.
Op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht geldt dat bij niet-betaling van het griffierecht het beroep niet inhoudelijk behandeld mag worden. De rechtbank verklaart het beroep dan ook niet-ontvankelijk en doet geen uitspraak over de inhoud van het beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.