Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 mei 2024 in de zaak tussen
[eisers] en 39 anderen, allen uit [plaats 1] , eisers
het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht,
[derde partij] B.V., uit [plaats 2]
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers uit de omgeving van een terrein in de gemeente Utrechtse Heuvelrug verzochten het college van Gedeputeerde Staten om handhavend op te treden tegen de kap van bomen en mogelijke overtreding van de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze kap vond plaats na een hevige valwind die in juni 2021 schade veroorzaakte. Het college wees het verzoek af, gesteund op een inspectierapport van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) en een ecologisch rapport van een deskundige uit 2019.
Eisers betoogden dat het ecologisch onderzoek ondeugdelijk was, onvoldoende soorten had onderzocht en dat de waarnemingen van beschermde fauna niet waren meegenomen. De rechtbank oordeelde echter dat het rapport voldeed aan de standaarden en dat het terrein geen essentiële betekenis had voor beschermde soorten. Ook was het terrein na de valwind vrijwel leeg, waardoor nieuw onderzoek weinig zou opleveren.
De rechtbank stelde vast dat het college zorgvuldig had onderzocht of sprake was van een overtreding en dat de waarnemingen van omwonenden onvoldoende bewijs boden voor een verblijfplaats van beschermde soorten. Gezien het ontbreken van concrete feiten en het feit dat het verzoek om handhaving vóór de intrekking van de Wnb was ingediend, concludeerde de rechtbank dat het college terecht het handhavingsverzoek had afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 16 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzen van het handhavingsverzoek wordt ongegrond verklaard omdat geen overtreding van de Wet natuurbescherming is vastgesteld.