Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
- [verweerder] , bijgestaan door mr. Van Harskamp,
- [A] , psychiater en geneesheer-directeur,
- [B] , psychiater,
- [C] , SPV,
- een zus van [verweerder] .
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 31 mei 2024 een klacht van een patiënt tegen de beslissing van een instelling om hem intramusculaire dwangmedicatie in depotvorm toe te dienen. De patiënt lijdt aan een bipolaire stemmingsstoornis en ervaart ernstige bijwerkingen van de medicatie, waaronder motorische problemen en incontinentie, die volgens hem disproportioneel zijn ten opzichte van de voordelen.
De instelling stelde dat de medicatie noodzakelijk is om ernstige ontregeling te voorkomen, omdat de patiënt orale medicatie weigert en depotmedicatie het enige alternatief is. De klachtencommissie had de klacht eerder ongegrond verklaard, maar de rechtbank schortte de tenuitvoerlegging van de dwangmedicatie op totdat een uitspraak werd gedaan.
De rechtbank oordeelde dat de patiënt aannemelijk heeft gemaakt dat zijn klachten bijwerkingen zijn van de medicatie en dat de instelling onvoldoende alternatieve oorzaken heeft aangedragen. De proportionaliteitseis is niet voldaan omdat de bijwerkingen zwaarder wegen dan de nadelen van het niet innemen van medicatie. De klacht werd daarom gegrond verklaard en de bestreden beslissing vernietigd.
De rechtbank benadrukte dat de situatie kan veranderen als uit nader onderzoek blijkt dat de klachten geen bijwerkingen zijn. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De klacht tegen dwangmedicatie wordt gegrond verklaard en de bestreden beslissing vernietigd wegens disproportionaliteit.