Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.VORDERING
3.BEOORDELING VAN DE VORDERING
4.TOEGEPAST WETSARTIKEL
5.BESLISSING
stelt het bedragwaarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
€ 201.027,-(zegge:
tweehonderdeenduizend zevenentwintig euro);
legtde veroordeelde de
verplichtingop tot betaling van
€ 201.027,-(zegge:
tweehonderdeenduizend zevenentwintig euro) aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
bepaaltde duur van de
gijzelingdie met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op
1080 dagen.