ECLI:NL:RBMNE:2024:353
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarden van meerdere onroerende zaken vastgesteld en aanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd. Eiseres ging tegen deze beschikking in bezwaar, waarbij een deel van de bezwaren werd toegewezen. Vervolgens stelde eiseres beroep in tegen de uitspraak op bezwaar.
Tijdens de zitting op 8 januari 2024 behandelde de rechtbank het beroep, waarbij ook het procesgedrag van de gemachtigde van eiseres aan de orde kwam. De rechtbank wees op het gebruik van gestandaardiseerde stukken door de gemachtigde, die geen betrekking hadden op de onroerende zaken in deze procedure, en liet deze stukken buiten beschouwing. Tevens werd het innemen van nieuwe standpunten op de zitting niet toegestaan vanwege strijd met de goede procesorde.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde van de resterende onroerende zaak niet te hoog was, mede gebaseerd op de aankoopprijs uit november 2019. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen, omdat de rechtbank een verlengde termijn van drie jaar hanteerde vanwege het procederen met een groot aantal zaken door dezelfde gemachtigde en diens handelswijze.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak werd ook aan eiseres zelf verzonden vanwege de wijze van procederen door haar gemachtigde.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.