ECLI:NL:RBMNE:2024:3563
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- J.C. Nicholson
- M.E. Heinemann
- P.M. Leijten
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek afgewezen wegens onvoldoende grond voor vrees voor rechterlijke vooringenomenheid
In deze wrakingszaak verzocht verzoekster om wraking van de rechter die de hoofdzaak behandelt, een huurgeschil tussen verzoekster en haar verhuurder. Verzoekster baseerde haar verzoek op het feit dat de rechter tot zes jaar geleden bij hetzelfde advocatenkantoor Fort Advocaten werkte waar ook de advocaat van de verhuurder werkzaam is, en dat er mogelijk nog contact bestaat met betrokken advocaten en partijen.
De rechter ontkende vooringenomenheid en gaf aan dat hij sinds zijn vertrek geen persoonlijke relaties onderhoudt met betrokken advocaten en dat hij de partijen niet kent. Ook was de borrel waar hij mr. Raven ontmoette een eenmalig evenement zonder inhoudelijke gesprekken.
De wrakingskamer oordeelde dat de omstandigheden onvoldoende objectief gerechtvaardigde grond bieden voor de vrees dat de rechter niet onpartijdig zou zijn. De eerdere werkrelatie en het incidentele contact zijn niet voldoende om vooringenomenheid aan te nemen.
Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was voor de schorsing. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.