ECLI:NL:RBMNE:2024:3564
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen kantonrechter in bewindvoerderszaak
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die haar als bewindvoerder in een andere procedure toeziet op de rekening en verantwoording. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat de procedure waarin de rechter toezicht houdt geen dagvaardings- of verzoekschriftprocedure is zoals bedoeld in artikel 36 Rv Pro, de wrakingsbepaling.
De procedure betreft een toezichtsfunctie waarbij verzoekster als bewindvoerder inzicht moet geven in haar financiële verantwoording, wat geen te berechten geschil is. De wrakingskamer stelde vast dat er geen sprake is van rechtspleging in de zin van titel 2 of 3 van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Daarnaast werd overwogen dat zelfs indien verzoekster ontvankelijk zou zijn geweest, het wrakingsverzoek ongegrond zou zijn verklaard omdat het enkele feit dat de rechter verzoekster eerder als getuige hoorde in een andere zaak geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid oplevert.
De wrakingskamer besloot verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren en bepaalde dat de hoofdzaak moet worden voortgezet zoals die was op het moment van schorsing wegens het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek tegen de kantonrechter.