ECLI:NL:RBMNE:2024:3573

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 juni 2024
Publicatiedatum
10 juni 2024
Zaaknummer
UTR24/2425
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht

Verzoekster heeft bij de rechtbank Midden-Nederland een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. Zij verzocht de voorzieningenrechter om de gemeente te veroordelen onrechtmatigheden per direct te stoppen om verdere schade aan haar bedrijf te voorkomen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was. Dit volgt uit artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster het griffierecht van €187,- niet binnen de gestelde termijn had betaald, ondanks een aangetekende brief waarin zij werd verzocht dit alsnog binnen twee weken te doen.

Verzoekster heeft geen verontschuldiging gegeven voor het niet betalen van het griffierecht en ook niet gereageerd op een herinneringsbrief. Hierdoor was het verzoek niet-ontvankelijk en kon de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordelen. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K. de Meulder op 4 juni 2024.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2524

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 juni 2024 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht

(gemachtigde: mr. R.M. Wiersma).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter om de gemeente Utrecht te verordenen een aantal onrechtmatigheden per direct te stoppen om verdere schade aan haar bedrijf te voorkomen.
2. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Toetsingskader
3. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. Dit is geregeld in de artikelen 8:82 en 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht. In deze zaak is het griffierecht € 187,-.
4. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Binnen die termijn moet het hele bedrag bijgeschreven zijn op de rekening van de rechtbank of betaald zijn op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
Heeft verzoekster het griffierecht tijdig betaald?
5. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 5 april 2024 verzoekster in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Verzoekster heeft het griffierecht niet (op tijd) betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
6. Verzoekster heeft geen reden gegeven voor dit verzuim en zij heeft ook niet gereageerd op de brief van de griffier van 2 mei 2024. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

7. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.L. Debets, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
4 juni 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.