Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van Rabobank.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
€ 178,00(plus, eventueel, de verhoging zoals vermeld in de
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser wordt door Rabobank verdacht van betrokkenheid als geldezel bij fraude en daarom geregistreerd in het Incidentenregister, EVR en IVR. Hij vordert verwijdering van deze registraties wegens disproportionele hinder en gewijzigde omstandigheden.
De voorzieningenrechter beoordeelt in kort geding het spoedeisend belang en de kans van slagen in de bodemprocedure. Vaststaat dat de bankpas en pincode van eiser in handen van derden kwamen, maar onvoldoende concrete feiten en omstandigheden zijn aangevoerd die een bewezenverklaring in de zin van artikel 350 Sv Pro kunnen dragen dat eiser met medeweten betrokken was bij de fraude.
Hoewel eiser meerdere onbevredigende verklaringen gaf, zijn deze verklaarbaar door zijn persoonlijke omstandigheden, zoals gebruik van drank en drugs en onzorgvuldig omgaan met zijn bankpas. De bank had voldoende reden om eiser in het interne register (IVR) op te nemen, maar niet in de externe registers.
De rechtbank veroordeelt Rabobank tot verwijdering van de persoonsgegevens uit het Incidentenregister en EVR, en tot het verstrekken van een schriftelijke bevestiging daarvan. De vordering tot verwijdering uit het IVR wordt afgewezen. Rabobank moet tevens de proceskosten betalen.
Uitkomst: Rabobank moet persoonsgegevens van eiser verwijderen uit het Incidentenregister en EVR wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij fraude.