ECLI:NL:RBMNE:2024:363
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning voor kap en verplanting van bomen in Utrecht
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht voor het kappen van 112 bomen, verplanten van 13 bomen en herplanten van 143 bomen in het kader van een herinrichtingsplan voor de [straat]. Verzoekster, de Utrechtse Bomenstichting, betwistte de vergunning onder meer vanwege onvoldoende belangenafweging en motiveringsgebreken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college onvoldoende rekening had gehouden met het belang van 46 bomen die ouder zijn dan 50 jaar en volgens het Bomenbeleid Utrecht bovengemiddeld en beeldbepalend zijn. Daarnaast was onduidelijk waarom drie bomen, ingetekend in fase B van het plan, nu al gekapt moesten worden voor een bouwtoegangsweg. Het college had ook ten onrechte geoordeeld dat de 13 bomen die verplant mogen worden ook gekapt mochten worden zonder aparte beoordeling.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens deze motiveringsgebreken en schorstte het besluit voorlopig voor de 46 en 3 bomen tot twee weken na een nieuw besluit op bezwaar. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Het herinrichtingsplan zelf stond niet ter discussie, en de rechtbank beperkte zich tot de toetsing van de omgevingsvergunning.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor het kappen van 46 beeldbepalende bomen en 3 bomen voor een bouwtoegangsweg wordt vernietigd en voorlopig geschorst.