ECLI:NL:RBMNE:2024:3668
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verklaring over aanbiedingsplicht aandelen en bestuurderspositie na overlijden bestuurder
In deze zaak staat centraal de uitleg van de statuten van een vennootschap en de gevolgen van het overlijden van een bestuurder-aandeelhouder. De vennootschappen [eiseres] B.V. en [gedaagde] B.V. richtten samen [onderneming] B.V. op voor vastgoedactiviteiten. Na het overlijden van de bestuurder [C] ontstond discussie over de positie van [eiseres] als aandeelhouder en bestuurder.
De rechtbank oordeelt dat het overlijden van [C] leidt tot een statutaire aanbiedingsplicht van de aandelen van [eiseres] aan [gedaagde]. Dit volgt uit artikel 15 lid 1 sub a en Pro d van de statuten, waarin is bepaald dat bij overlijden van een aandeelhouder de aandelen eerst aan medeaandeelhouders moeten worden aangeboden. Ook wordt geoordeeld dat het overlijden niet leidt tot belet of ontstentenis van [eiseres] als bestuurder, omdat zij haar functie feitelijk kan blijven uitoefenen.
Het beroep van [eiseres] dat het overlijden zou leiden tot belet of ontstentenis wordt verworpen, waarbij de rechtbank het Julo-arrest niet volgt. Tevens wordt het verzoek van [eiseres] om [onderneming] als derde partij in het geding te roepen afgewezen, omdat geen sprake is van een ontslagbesluit van de algemene vergadering. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat beide partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de aanbiedingsplicht van aandelen en oordeelt dat het overlijden van de bestuurder niet leidt tot belet of ontstentenis van de aandeelhouder-bestuurder.