De Stichting Lokalis heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen een besluit van 6 juni 2023.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de ingebrekestelling op 3 januari 2024 heeft ontvangen en sindsdien de beslistermijn is verstreken. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het bestuursorgaan verplicht een dwangsom te betalen voor elke dag dat het in gebreke blijft, met een oplopend dagtarief en een maximum van 42 dagen.
Omdat het UWV nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat dit binnen vier weken na verzending van de uitspraak alsnog moet gebeuren. Tevens wordt een dwangsom van € 1.442,- vastgesteld voor de reeds verstreken termijn en een aanvullende dwangsom van € 100,- per dag voor eventuele verdere overschrijding, met een maximum van € 15.000,-.
De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 218,75 aan Stichting Lokalis. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig genomen besluit vernietigd.