Eiseres heeft beroep ingesteld omdat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) niet tijdig heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling van 23 november 2023. De rechtbank stelt vast dat verweerder te laat is met het nemen van een besluit, hetgeen blijkt uit het verweerschrift en de ontvangstbevestiging van de ingebrekestelling.
De rechtbank legt uit dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een bestuursorgaan een dwangsom moet betalen als het niet binnen de wettelijke termijn beslist. De dwangsom wordt vastgesteld op het moment dat het besluit alsnog wordt genomen. Gezien de vertraging door een tekort aan artsen wordt de beslistermijn verlengd tot vier weken na verzending van deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van een dwangsom van € 100,- per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet verweerder het griffierecht en proceskosten van € 218,75 aan eiseres vergoeden. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van het besluit vernietigd.