ECLI:NL:RBMNE:2024:3737
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde niet-woonwinkels ongegrond verklaard
Eiseres betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarden van twee winkelobjecten in de binnenstad van een plaats, respectievelijk €251.000 en €308.000, naar waardepeildatum 1 januari 2021. Na een bezwaarprocedure handhaafde de heffingsambtenaar deze waardes, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de heffingsambtenaar aannemelijk maakte dat de gehanteerde huurwaarden en kapitalisatiefactoren binnen de bandbreedtes van vergelijkbare referentieobjecten lagen. Eiseres leverde geen overtuigende onderbouwing of recente huurgegevens om de waardes te betwisten.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, mede vanwege het procesgedrag van de gemachtigde van eiseres, dat aan hem kan worden toegerekend. Ook het verzoek om veroordeling in de proceskosten van de heffingsambtenaar werd afgewezen, omdat geen sprake was van kennelijk onredelijk procesgedrag.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waardes niet te hoog waren vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij de verzoeken om schadevergoeding en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebepaling is ongegrond verklaard en verzoeken om schadevergoeding en proceskosten zijn afgewezen.