ECLI:NL:RBMNE:2024:3739

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 juni 2024
Publicatiedatum
17 juni 2024
Zaaknummer
562751
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:303 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herfinanciering hypotheek op woning niet meer in eigendom

Eisers vorderden herfinanciering van een hypotheek die Rabobank in 2014 had verstrekt voor een woning waarop erfpachtrecht rustte. Na betalingsproblemen en een ingebrekestelling stopten eisers met het betalen van de hypotheek. De erfverpachter startte een procedure die leidde tot beëindiging van het erfpachtrecht en ontruiming van de woning. De woning werd verkocht aan een derde en eisers vonden elders woonruimte.

In de procedure vorderden eisers herfinanciering van de hypotheek, een dwangsom en vergoeding van kosten. De rechtbank oordeelde dat eisers geen voldoende belang hadden bij herfinanciering omdat zij geen eigenaar meer zijn van de woning. Daarnaast waren de kostenvorderingen onvoldoende gespecificeerd en werden daarom afgewezen.

Eisers waren niet aanwezig bij de mondelinge behandeling, ondanks dat de uitnodiging correct was verzonden en zij waren gewezen op het belang van het inschakelen van een advocaat. De rechtbank veroordeelde eisers hoofdelijk tot betaling van de proceskosten van Rabobank en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Vordering tot herfinanciering en kostenvergoeding afgewezen; eisers veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/562751 / HA ZA 23-591
Vonnis van 19 juni 2024
in de zaak van

1.[eiser] ,

hierna te noemen: [eiser]
te [woonplaats] ,
2.
[eiseres],
hierna te noemen: [eiseres]
te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] .,
tegen
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
te Utrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Rabobank,
advocaat: mr. D.S. van Lith.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 2 mei 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn
gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Geen nieuwe mondelinge behandeling

2.1.
[eisers] . is niet op de mondelinge behandeling verschenen. Op 5 maart 2024 is de uitnodiging voor de mondelinge behandeling naar het mailadres: [email] @gmail.com gestuurd. Deze mail is gestuurd via het beveiligde mailsysteem Zivver. Dit is de gebruikelijk manier van communiceren door de rechtbank. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechter [eiser] gebeld. [eiser] heeft gezegd dat het mailadres waarnaar de uitnodiging voor de mondelinge behandeling is gestuurd klopt en dat de mail in zijn spambox terecht is gekomen. Hij heeft de mail niet gezien en was daarom niet aanwezig, wel kon hij de mail vinden toen hem dat werd gevraagd. [eiser] heeft om een nieuwe mondelinge behandeling gevraagd.
2.2.
Er wordt geen nieuwe mondelinge behandeling gepland. Het is de eigen verantwoordelijkheid van [eiser] om zijn mailbox (inclusief spambox) in de gaten te houden. Bovendien is aan [eisers] . verteld dat hij een advocaat diende te stellen omdat het een handelszaak is. Als [eiser] wel een advocaat zou hebben gesteld dan had de communicatie via de advocaat gelopen en dan zou [eisers] . hebben geweten dat er een zitting was. Er wordt daarom nu uitspraak gedaan.

3.Kern van de zaak

3.1.
Op 22 december 2014 heeft Rabobank aan [eisers] . een hypotheek verstrekt voor de aankoop van de woning in Oegstgeest waarop een erfpachtrecht rust (hierna te noemen: de woning).
3.2.
[eisers] . is daarna gestopt met het betalen van de hypotheek, omdat hij geen bankpassen en pincodes voor de rekening had gekregen, de tenaamstelling op de pas niet klopte, het geen en/of rekening was en de premie van de overlijdensrisicoverzekering van de verkeerde rekening werd afgeschreven. [eisers] . heeft via een ingebrekestelling aan de bank laten weten dat hij daarom is gestopt met het betalen van de hypotheek.
3.3.
Nadat deze problemen werden opgelost door de Rabobank, bleef [eisers] . de hypotheek niet betalen.
3.4.
De Stichting Meerwonen, de erfverpachter, is naar aanleiding van het niet betalen van de hypotheek door [eisers] . een opzeggingsprocedure gestart bij de rechtbank Den Haag. In het vonnis van juni 2023 is daarom besloten dat het erfpachtrecht is beëindigd en dat [eisers] . de woning moest verlaten en ontruimen. De woning is na dit vonnis verkocht en [eisers] . heeft een andere woonruimte gevonden.
3.5.
In deze procedure vordert [eisers] . herfinanciering van de hypotheek voor de woning versterkt met een dwangsom en vergoeding voor alle door hem gemaakte kosten.

4.De beoordeling

Geen belang bij herfinanciering
4.1.
De vordering tot herfinanciering wordt afgewezen, omdat [eisers] . daarbij geen voldoende belang heeft. Dat is op grond van artikel 3:303 Burgerlijk Pro Wetboek vereist.
4.2.
[eisers] heeft geen voldoende belang, omdat de woning waarvoor de herfinanciering zou moet worden verleend al aan iemand anders is verkocht en [eisers] . geen eigenaar meer is van die woning.
Onduidelijk welke kosten er worden gevorderd
4.3.
[eisers] . heeft niet onderbouwd welke kosten hij vordert van Rabobank. Het is niet duidelijk om welke kosten het gaat en hoe hoog de kosten zijn. Deze vordering is dan ook onvoldoende bepaald en wordt daarom afgewezen.
Proceskosten
4.4.
[eiser] en [eiseres] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom hoofdelijk de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Rabobank worden begroot op:
- griffierecht
676,00
- salaris advocaat
1.228,00
(2,00 punten × € 614,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.082,00
4.5.
De proceskostenveroordeling wordt, zoals gevorderd door Rabobank, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [eisers] . af,
5.2.
veroordeelt [eiser] en [eiseres] hoofdelijk in de proceskosten van Rabobank van € 2.082,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] en [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2024.
Type: LLO 5719