Gedaagde heeft een zorgverzekeringsovereenkomst met Menzis en is in gebreke gebleven met de betaling van de premies over juni en juli 2023. Menzis vordert betaling van de openstaande premie, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde erkent de betalingsachterstand en stelt dat een betalingsregeling is overeengekomen, maar vraagt om aanpassing van het aflossingsbedrag.
De kantonrechter stelt vast dat de betalingsachterstand klopt en wijst de vordering van Menzis toe, rekening houdend met reeds gedane betalingen. De wettelijke rente en incassokosten worden eveneens toegewezen, conform de wettelijke bepalingen. De rechter bevestigt dat partijen na dagvaarding een betalingsregeling van €75 per maand zijn overeengekomen, die nog steeds loopt, waardoor het volledige bedrag niet ineens opeisbaar is.
Gedaagde kan de betalingsregeling niet eenzijdig aanpassen; overleg met Menzis is vereist. Omdat gedaagde de eerdere regeling niet volledig is nagekomen, is de procedure terecht gestart en worden de proceskosten aan haar opgelegd. Het vonnis bepaalt dat gedaagde het resterende bedrag van €638,23 mag aflossen in maandelijkse termijnen van €75, met vervalbeding bij niet-nakoming.