ECLI:NL:RBMNE:2024:3763
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens schending toezendverplichting Wet WOZ met proceskostenveroordeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning. De waarde zelf is niet langer in geschil, maar eiser stelt dat de heffingsambtenaar niet tijdig alle gevraagde gegevens heeft verstrekt, wat een schending van artikel 40 van Pro de Wet WOZ oplevert.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet specifiek om waardes van objectonderdelen heeft gevraagd in bezwaar, maar wel om inzicht in correcties voor KOUDVL-factoren en de indexering van verkoopcijfers. Deze gegevens zijn pas in beroep verstrekt, waardoor sprake is van een toezendverplichtingenschending door de heffingsambtenaar.
Hoewel dit gebrek in bezwaar is ontstaan, wordt dit gepasseerd omdat de informatieachterstand in beroep is hersteld en de WOZ-waarde niet langer betwist wordt. De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar echter wel tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht die eiser in beroep heeft gemaakt.
De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op het aantal proceshandelingen en een wegingsfactor, en het griffierecht van € 50,- wordt eveneens vergoed. De rechtbank wijst erop dat deze vergoedingen uitsluitend aan eiser op diens bankrekening moeten worden betaald.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.