Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar door de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). De rechtbank stelt vast dat verweerder te laat is met het nemen van een beslissing en dat de ingebrekestelling op 2 februari 2024 is ontvangen, waarna de beslistermijn is verstreken.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen vier weken na verzending van het vonnis een besluit moet nemen, mede vanwege de vertraging veroorzaakt door een tekort aan artsen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslissing uitblijft.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van €218,75 vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp, en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €51. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.