Eiser diende op 18 november 2022 een verzoek om informatie in bij het college van Gedeputeerde Staten van Utrecht op grond van de Wet open overheid (Woo). Verweerder moest binnen vier weken beslissen, met een mogelijke verlenging van twee weken. De beslistermijn liep uiterlijk op 30 december 2022 af, maar verweerder besloot pas op 17 april 2023.
Eiser stelde verweerder op 8 januari 2023 in gebreke en diende op 21 maart 2023 beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelde vast dat verweerder alsnog een besluit had genomen op 17 april 2023, waardoor het procesbelang van het beroep verviel.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het gericht was op het alsnog nemen van een besluit. Verweerder werd verplicht het door eiser betaalde griffierecht van €184 te vergoeden. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter B. Fijnheer op 22 mei 2024.