Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een verzoek van eiser om rectificatie van een registratie in het politiesysteem over een controle van zijn bedrijfspand op grond van de Opiumwet. De korpschef weigerde rectificatie en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank heeft het beroep van eiser ongegrond verklaard.
De registratie vermeldde dat de politie het pand controleerde vanwege een vermoeden van een overtreding van de Opiumwet, gebaseerd op een elektriciteitssnoer dat buiten liep en enkele verwijderde tegels. Tijdens de controle werden echter geen onregelmatigheden geconstateerd en bleek het snoer te dienen voor sfeerverlichting. De politie stuurde later een fruitmand aan eiser vanwege de impact van de controle.
Eiser stelde dat de registratie onjuist was en dat de controle onterecht was, maar de rechtbank oordeelde dat de registratie feitelijk juist is omdat de controle daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en de aanleiding correct is weergegeven. Het feit dat er geen overtreding werd gevonden en dat dit in de registratie is vermeld, maakt de registratie niet onjuist. De rechtbank vond dat de korpschef de registratie niet hoefde te rectificeren en wees het beroep af.