De rechtbank Midden-Nederland heeft op 19 juni 2024 uitspraak gedaan in een civiele zaak tussen twee besloten vennootschappen over een aannemingsovereenkomst. Eiseres vorderde nakoming van de overeenkomst, maar de rechtbank handhaafde haar eerdere beslissing om deze vordering af te wijzen, mede omdat eiseres geen beroep deed op een ongedaanmakingsverbintenis.
Gedaagde stelde een schadevergoeding te hebben vanwege het staken van werkzaamheden door eiseres vanaf 14 maart 2023. De rechtbank oordeelde dat gedaagde haar schade moest begroten en onderbouwen, maar de ingediende akte voldeed niet aan de vereisten. De schade kon daardoor niet worden vastgesteld, mede doordat het project nog niet was afgerond.
Gezien het ontbreken van voldoende concrete onderbouwing en het feit dat nog circa 33% van de werkzaamheden openstond, besloot de rechtbank af te wijken van haar eerdere voornemen om de schade zelf te begroten. In plaats daarvan verwijst zij de schadebegroting naar de schadestaatprocedure, waarbij partijen zich nog kunnen uitlaten over dit voornemen. Verdere beslissingen worden aangehouden.