ECLI:NL:RBMNE:2024:3856
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen horeca-exploitatievergunning wegens ontbreken spoedeisend belang
De burgemeester van de gemeente Gooise Meren heeft op 16 mei 2024 een horeca-exploitatievergunning verleend aan de vergunninghouder voor een pand met een terras aan de achterzijde. Verzoeker, wonende tegenover het pand, maakte bezwaar tegen de vergunning omdat het terras op de plek van drie parkeerplaatsen zou komen, wat volgens hem tot verkeers- en parkeeroverlast en waardedaling van woningen zou leiden. Tevens vreest hij geluidsoverlast.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om de werking van de vergunning op te schorten totdat de burgemeester op zijn bezwaar heeft beslist. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een spoedeisende situatie die onmiddellijke opschorting rechtvaardigt, omdat het terras eenvoudig kan worden verwijderd indien het bezwaar gegrond wordt verklaard. De overlast zou bovendien beperkt zijn en tijdelijk gedurende de bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter weegt het belang van de burgemeester en vergunninghouder om het terras te gebruiken zwaarder dan het belang van verzoeker om overlast te voorkomen. Er zijn geen evidente fouten in het besluit van de burgemeester vastgesteld. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen zonder zitting.
Daarnaast wijst de voorzieningenrechter het bestuursorgaan op haar verantwoordelijkheid om het bezwaar te heroverwegen en niet de bezwaarprocedure stil te leggen zodra een procedure bij de voorzieningenrechter loopt. De voorzieningenrechter benadrukt dat zijn oordeel over de rechtmatigheid van het besluit niet doorslaggevend is voor de heroverweging door het bestuursorgaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de horeca-exploitatievergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.