Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in [verblijfplaats] .
1.De verdenkingen in de tenlastelegging
2.Waardering van het bewijs
feit 1 – primair, onder 16/017522-24) en het niet meewerken aan een bevel van een opsporingsambtenaar (
feit 5 onder 16/017522-24). De overige ten laste gelegde feiten vindt de officier van justitie wettig en overtuigend te bewijzen.
feit 1 – primair en subsidiair, onder 16/017522-24). Daarnaast vraagt de raadsvrouw om verdachte vrij te spreken voor het niet meewerken aan een bevel van een opsporingsambtenaar (
feit 5 onder 16/017522-24). Ook vindt de raadsvrouw dat vrijspraak moet volgen voor het verlaten van de plaats van het ongeval, terwijl verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat een ander letsel of schade was toegebracht (
feit 6 onder 16/017522-24). Verder vindt de raadsvrouw niet dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de spaarpot (
16-180503-23)en vraagt om verdachte ook hiervan vrij te spreken.
feit 2 onder 16/017522-24), meerdere auto’s heeft vernield (
feit 3 onder 16/017522-24), de verkeersregels ernstig heeft geschonden, waardoor levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was (
feit 4 onder 16/017522-24) en heeft gereden met een ongeldig rijbewijs (
feit 7 onder 16/017522-24).
- schuldheling (feit 1 subsidiair);
- bedreiging met de dood van twee verbalisanten (feit 2);
- de vernieling van meerdere auto’s (feit 3);
- de ernstige schending van de verkeersregels (feit 4);
- het verlaten van de plaatsen van de ongevallen (feit 6);
- het rijden met een ongeldig rijbewijs (feit 7);
3.De bewezen feiten
4.Strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Oplegging van straf en de onderbouwing daarvan
7.Benadeelde partij
8.Vorderingen tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 14a, 14b, 14c, 57, 285, 350 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en
- 5a, 7, 9 en 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;
10.BESLISSING
gevangenisstraf van 12 maanden;
3 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden
voorwaardenniet heeft nageleefd;
een proeftijd van 2 jarenvast;
voorwaardengelden dat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
Meldplicht bij de reclassering
Opname in een zorginstelling
Ambulante behandeling
Begeleid wonen, maatschappelijke opvang of ambulante woonbegeleiding
Meewerken aan middelencontrole
ontzegtverdachte ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 24 maanden;
- verklaart [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;