ECLI:NL:RBMNE:2024:3919
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende bij parkeerverbod verkeersbesluit in woonstraat
Eiser maakte bezwaar tegen een verkeersbesluit dat een parkeerverbod instelde in zijn woonstraat. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen belanghebbende zou zijn. Eiser stelde dat hij door het parkeerverbod niet vrij kan parkeren, mede vanwege het gebruik van een elektrische laadpaal en twee auto's. De rechtbank oordeelde dat eiser een bijzonder, individueel belang heeft dat zich onderscheidt van andere weggebruikers en dat hij daarom belanghebbende is.
De rechtbank overwoog dat het feit dat eiser een ontheffing heeft gekregen voor één auto niet het procesbelang wegneemt, omdat hij twee auto's heeft en de ontheffing slechts voor één geldt. Het oordeel van de rechtbank kan ertoe leiden dat verweerder alsnog inhoudelijk op het bezwaar moet beslissen. De rechtbank vernietigde het besluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde en legde een termijn van zes weken op voor een nieuw besluit.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De rechtbank zag geen reden voor een bestuurlijke lus en gaf aan dat de inhoudelijke bezwaren nog beoordeeld moeten worden. De uitspraak werd gedaan door rechter J.H. Lange op 26 juni 2024.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde en bepaalt dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen.