Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2024:3931

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 april 2024
Publicatiedatum
27 juni 2024
Zaaknummer
UTR 23/5352
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV tot betaling proceskosten na intrekking beroep wegens gewijzigde beslissing

De Minister van Binnenlandse Zaken heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin zijn bezwaar ongegrond werd verklaard. Tijdens de procedure heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd en het bezwaar alsnog gegrond verklaard, waarna de Minister zijn beroep heeft ingetrokken.

De rechtbank beoordeelt het verzoek van de Minister om het UWV te veroordelen tot betaling van proceskosten. Omdat het UWV geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door het besluit te wijzigen, is de rechtbank van oordeel dat het UWV de proceskosten moet vergoeden.

De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt het UWV tot betaling van € 875,- aan proceskosten, bestaande uit de kosten van het ingediende beroepschrift. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van € 365,- door het UWV moet worden vergoed, waarvoor de Minister zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar op 30 april 2024. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan de Minister van Binnenlandse Zaken.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/5352

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2024 in de zaak tussen

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, uit Den Haag, verzoeker
(gemachtigde: drs. J.R.M. Blekemolen),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,het UWV.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het UWV van 27 juli 2023. Hij heeft het beroep bij brief van 19 februari 2024 ingetrokken omdat het UWV op 15 januari 2024 het bestreden besluit heeft vervangen door een gewijzigde beslissing op bezwaar.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft hierop niet gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 4 september 2023 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard. Het UWV heeft op 15 januari 2024 het bestreden besluit gewijzigd en het bezwaar alsnog gegrond verklaard. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 875,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 365,- te vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. de Snoo, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Mennen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 april 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.