Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
subsidiair:dat hij aan voornoemd feit medeplichtig is geweest;
subsidiair:dat hij aan voornoemd feit medeplichtig is geweest.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Aangever [slachtoffer] heeft op 14 februari 2023 onder meer het volgende verklaard:
(de rechtbank begrijpt: [begeleider] ). [begeleider] kon mij niet helpen. [bijnaam 1 medeverdachte 1] heeft tegen [begeleider] gezegd door de telefoon dat als er geen geld zou komen ik uit het raam zou worden gegooid.
(de rechtbank begrijpt [benadeelde 1] )gebeld. Ik zei tegen hem dat ik 300 euro nodig had. [bijnaam 1 medeverdachte 1] zei tegen mij dat ik tegen mijn broertje moest zeggen dat ik een schuld had. Mijn broertje belde ik via de telefoon van [bijnaam 1 medeverdachte 1] .
Aangever [slachtoffer] heeft op 27 februari 2023 onder meer nog het volgende verklaard:
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] )hadden ruzie. Ik hoorde dat het over een geldbedrag ging. Ik ging even weg en toen ik terug kwam was het chaos in de woning. Het zag eruit alsof ze hadden gevochten. [slachtoffer] had druppels bloed in zijn gezicht. Wij ( [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en ik) zijn toen met [slachtoffer] in de bus gestapt. In de bus werd gezegd dat er geld gehaald moest worden. Ik ben bij het station uitgestapt om het geld te pakken.
Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie op 22 februari 2023 onder meer het volgende verklaard:
A: Ja.
V: Wie had het mes in zijn handen?
A: Volgens mij had [bijnaam 2 medeverdachte 1] alleen een mes.
V: Heb jij zelf nog een mes gehad?
A: Toen we geld gingen ophalen hadden we alle drie een mes meegenomen. [6]
Uit een proces-verbaal van bevindingen over verklaringen van de broer en begeleider van aangever op 28 januari 2023 blijkt onder meer het volgende:
(de rechtbank begrijpt: [benadeelde 1] )
(de rechtbank begrijpt: [begeleider] )
Uit een proces-verbaal van bevindingen van het uitlezen van een filmpje op de telefoon van [medeverdachte 1] blijkt onder meer het volgende:
Ik, verbalisant, [verbalisant 1] , bekeek de filmopname. Ik herkende op de filmopname het slachtoffer [slachtoffer] . Ik zag dat hij gedeeltelijk ontkleed was en enkel zijn boxershort en sokken droeg. [9]
Uit de aangifte van [benadeelde 2] blijkt onder meer het volgende:
Op zaterdag 28 januari 2023 omstreeks 12:00 uur heeft [slachtoffer] tegen mijn andere zoon [benadeelde 1] via snapchat gezegd dat hij 250 euro moest overhandigen om hem uit de brand te helpen. Omstreeks 12:05 uur werd mijn zoon [benadeelde 1] voor de tweede keer benaderd door mijn andere zoon [slachtoffer] via snapchat. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen: "Ik heb 300 euro nodig". Hierna hoorde ik [slachtoffer] zeggen: "Het geld moet naar Bussum zuid of naar Naarden Bussum
Op het heb bureau het ik 250 euro gegeven aan uw collega. Ik hiervoor een kwitantie gekregen. [11]
Uit het proces-verbaal van bevindingen over de verdeling van het losgeld van
- de bekennende verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van 14 juni 2024;
- een proces-verbaal van bevindingen over het aantreffen van de drugs bij [verdachte] ;
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- het psychologisch onderzoek naar de persoon van [verdachte] van 17 mei 2023, opgesteld door A. Schouten, GZ-psycholoog;
- het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 29 mei 2024, opgesteld door raadsonderzoeker A. Vermaas, en
- het reclasseringsadvies van 6 juni 2024, opgesteld door mevrouw B. Westra, reclasseringswerker.
9.BESLAG
- 20 EUR (G3290866)
- 1 STK Telefoontoestel (G3290826, wit, merk: Apple)
10.BENADEELDE PARTIJ
nietworden aangevuld met gijzeling.
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 47, 48, 77a, 77c, 77g, 77x, 77y, 77z, 77aa, 317 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2 en 10 van de Opiumwet;
13.BESLISSING
jeugddetentie van 180 dagen;
44 dagen), bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
136 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
2) jarenvast;
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- zich in het kader van de maatregel Toezicht en Begeleiding zal melden bij Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, locatie Utrecht, en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op de door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen dient te blijven melden bij deze instelling, zo vaak en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht en zich houdt aan de aanwijzingen die hem in dit kader worden gegeven;
- zich laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering.
- MBO-onderwijs volgt (niveau 1), zolang de reclassering dat nodig vindt;
- een structurele vrijetijdsbesteding ontwikkelt in de vorm van bijvoorbeeld sport;
- meewerkt aan middelencontroles (UC’s en blaastest) om het gebruik te monitoren;
- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft of zoekt met [slachtoffer] (geboren op [2003] ), zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie houdt hierop toezicht;
- 20 EUR (G3290866)
- 1 STK Telefoontoestel (G3290826)
- wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van
- veroordeelt verdachte
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;