ECLI:NL:RBMNE:2024:3955

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 juni 2024
Publicatiedatum
27 juni 2024
Zaaknummer
UTR 24/2941
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 4:13 AwbArt. 4:14 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens onredelijk late indiening tegen niet tijdig genomen besluit

Eiseres diende op 23 juni 2022 een verzoek om herbeoordeling in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dat op 27 juni 2022 werd ontvangen. Na het uitblijven van een beslissing stelde eiseres verweerder op 24 augustus 2022 in gebreke. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit werd pas op 17 april 2024 ingesteld.

De rechtbank overweegt dat volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en dat beroep daartegen mogelijk is na ingebrekestelling en het verstrijken van twee weken. De beslistermijn voor verweerder was acht weken, dus uiterlijk 18 augustus 2022.

Gezien het tijdsverloop van ruim een jaar en zeven maanden tussen ingebrekestelling en het instellen van het beroep, acht de rechtbank het beroep onredelijk laat ingediend. De enkele telefonische contacten tussen november 2022 en april 2024 rechtvaardigen geen ander oordeel. Er zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die de late indiening rechtvaardigen.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst een vergoeding van proceskosten af.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2941

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juni 2024 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats] , eiseres,
(gemachtigde: N. Dijkstra),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 23 juni 2022, ontvangen door verweerder op 27 juni 2022, een verzoek om herbeoordeling ingediend. Vanwege het uitblijven van een beslissing op dit verzoek heeft eiseres verweerder op 24 augustus 2022 in gebreke gesteld.
Op 17 april 2024 heeft eiseres beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2.1.
Artikel 6:2, aanhef en onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijk wordt gesteld met een besluit.
2.2.
Artikel 6:12, tweede lid, onderdeel b, van de Awb bepaalt dat het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingesteld kan worden wanneer twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft meegedeeld dat het in gebreke is.
2.3.
Artikel 6:12, vierde lid, van de Awb bepaalt dat het beroep niet-ontvankelijk is als het beroep onredelijk laat is ingediend.
3. De wetgever heeft geen termijn vastgesteld voor het antwoord op de vraag wanneer een beroep onredelijk laat is ingediend. De beantwoording van de vraag of een beroepschrift dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, onredelijk laat is ingediend, is afhankelijk van de omstandigheden die volgens de belanghebbende de oorzaak zijn dat het beroepschrift zo laat is ingediend.
4. Het verzoek om herbeoordeling is ontvangen door verweerder op 27 juni 2022. In de wet is geen termijn opgenomen waarbinnen verweerder op dit verzoek moet beslissen. In zo’n geval geldt een beslistermijn van acht weken. Dit staat in de artikelen 4:13 en 4:14 van de Awb. Dit betekent dat verweerder uiterlijk op 18 augustus 2022 een beslissing op dit verzoek had moeten nemen.
5. Zoals in het procesverloop is vermeld heeft eiseres verweerder op 24 augustus 2022 in gebreke gesteld. De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 26 augustus 2022 heeft ontvangen. Op 17 april 2024 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar verzoek om herbeoordeling.
6. Nu eiseres pas na één jaar en zeven maanden het beroepschrift heeft ingediend na het versturen van de ingebrekestelling, is de rechtbank van oordeel dat het beroep onredelijk laat is ingediend, als bedoeld in artikel 6:12, vierde lid, van de Awb. De enkele stelling van eiseres dat zij in de periode van november 2022 tot en met april 2024 telefonisch contact heeft gehad met verweerder, is gelet op de omschreven inhoud van de contactmomenten, onvoldoende voor de rechtbank om anders over de te late indiening te oordelen. Als eiseres belang hechtte aan een spoedige beslissing op haar verzoek om herbeoordeling van 23 juni 2022, had het op de weg van eiseres gelegen om eerder beroep in te dienen tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Er zijn door eiseres geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een bijzondere omstandigheid opleveren dat het beroep niet onredelijk laat is ingediend.
7. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van
A.F. Klomp, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2024.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.