Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 450,00 worden daarom afgewezen.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van het appartement en betaling van een huurachterstand van €4.500,00, naast diverse andere kosten. De huurder is sinds april 2024 gestopt met betalen vanwege een betwiste huurverhoging van 10%. Daarnaast heeft de huurder zonder toestemming verbouwingswerkzaamheden uitgevoerd die schade veroorzaakten.
De kantonrechter overweegt dat de huurachterstand onbetwist is en dat het niet betalen van de huur vanwege de huurverhoging geen grond is om de huur geheel op te schorten. De overige vorderingen, zoals herstelkosten en VvE-kosten, zijn onvoldoende onderbouwd en lenen zich niet voor behandeling in kort geding.
Gezien de huurachterstand van drie maanden acht de rechter het waarschijnlijk dat in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zal worden toegewezen, waardoor ontruiming gerechtvaardigd is. De ontruiming wordt binnen veertien dagen bevolen, maar machtiging voor inzet van de sterke arm wordt afgewezen omdat de deurwaarder die zelfstandig kan inroepen.
De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens ontbreken van een correcte aanmaning. De proceskosten worden toegewezen aan eiser, die in persoon heeft geprocedeerd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard zodat eiser direct kan overgaan tot uitvoering.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de huurachterstand van €4.455,00 met wettelijke rente.