Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats 1] , eiseres
het Uwv), verweerder
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een WW-uitkering door het Uwv, omdat zij volgens het Uwv niet in Nederland woonde tijdens haar dienstverband in Ierland. De rechtbank beoordeelt of het Uwv terecht heeft geweigerd de uitkering toe te kennen op grond van het feit dat eiseres haar centrum van belangen niet in Nederland had.
Eiseres stelde dat zij zich al op 1 maart 2023 in Nederland had gevestigd en dat haar privéleven zich in Nederland afspeelde. Ter onderbouwing overlegde zij een vliegticket en een e-mail van een sportschool. De rechtbank acht deze feiten onvoldoende en wijst erop dat eiseres in eerdere verklaringen aangaf pas op 7 juli 2023 terug te keren naar Nederland en geen maatschappelijke banden in Nederland had tijdens het dienstverband.
Daarnaast voerde eiseres aan dat het Uwv haar op de website had geïnformeerd dat zij aanspraak kon maken op een WW-uitkering in Nederland. De rechtbank oordeelt dat algemene informatie op een website geen toezegging vormt waarop gerechtvaardigd vertrouwen kan worden gebaseerd.
De rechtbank concludeert dat eiseres onvoldoende feiten heeft gesteld waaruit blijkt dat zij tijdens haar dienstverband in Ierland het centrum van haar belangen in Nederland had en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard omdat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat zij het centrum van haar belangen in Nederland had tijdens haar dienstverband in Ierland.