Buiten-Mere Properties B.V. verhuurt een bedrijfsruimte aan [gedaagde sub 1] B.V., die een restaurant exploiteert. Door een huurachterstand van ruim acht maanden vordert Buiten-Mere ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van de achterstallige huur, boetes en incassokosten. [gedaagde sub 2] betwist zijn aansprakelijkheid in privé en stelt geen huurder meer te zijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Buiten-Mere een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen vanwege de oplopende huurachterstand en financiële problemen van [gedaagde sub 1]. Uit de allonge blijkt dat alleen de tenaamstelling van de huurder is gewijzigd, maar dat de oorspronkelijke huurovereenkomst met [gedaagde sub 2] in privé onverminderd van kracht blijft. Daarom blijft [gedaagde sub 2] mede aansprakelijk.
De gevorderde huurkorting wordt afgewezen omdat de huurverplichting pas inging bij het aanbrengen van de elektriciteitsaansluiting en er al minder huur is betaald. Verrekening van de borgsom vindt niet plaats zolang de bedrijfsruimte niet is opgeleverd. De voorzieningenrechter veroordeelt [gedaagde sub 1] tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening en wijst de vordering tot ontruiming tegen [gedaagde sub 2] af. Beide gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 74.299,42 huurachterstand, € 2.700 boetes, € 1.428,02 incassokosten en toekomstige huur met boetes. Tevens worden zij veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.