Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met 14 producties;
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert eiser ontruiming van een deel van zijn boerderij dat door gedaagde wordt gebruikt als locatie voor een woongroep voor vrouwen die begeleiding krijgen bij herstel van verslaving. Eiser stelt dat de huurovereenkomst is geëindigd en dat gedaagde het pand moet verlaten. De rechtbank oordeelt dat eiser geen spoedeisend belang heeft bij ontruiming omdat hij bijna vier maanden heeft gewacht met het instellen van de procedure nadat de huurder het pand uiterlijk 31 januari 2024 had moeten verlaten.
Daarnaast weegt de rechtbank mee dat de woongroep bestaat uit kwetsbare vrouwen die begeleiding ontvangen en dat gedaagde geen betalingsachterstand heeft. Het belang van de kwetsbare bewoners en de continuïteit van de begeleiding zijn zwaarwegend. Eiser kan niet alleen aanvoeren dat hij het pand niet aan een andere partij kan verhuren en dat hij zich ergert aan gedaagde. Daarom kan van eiser worden verlangd dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.
De rechtbank wijst de vorderingen tot ontruiming en tot betaling van een gebruiksvergoeding af. De proceskosten worden aan eiser opgelegd. Partijen kunnen de discussie over de opzegging van de huurovereenkomst voortzetten bij de bodemrechter.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming en betaling van gebruiksvergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.