Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 juli 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Inleiding
- eiseres en haar gemachtigde;
- de gemachtigde van het college;
- namens vergunninghouder, de eigenaren van de B.V.: [eigenaar 1] en [eigenaar 2] , zij werden bijgestaan door hun gemachtigde.
5 februari 2022 ontbrak in het procesdossier van de rechtbank, terwijl het college dit advies wel aan het bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd. Het college heeft daarmee niet voldaan aan zijn verplichting om binnen vier weken na de gronden van het beroep de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank te zenden. [1] Aan het niet voldoen aan deze verplichting worden in de Awb geen consequenties verbonden. Het college heeft het advies van de ODRU op verzoek van de rechtbank alsnog overgelegd. Eiseres en vergunninghouder hebben allebei de gelegenheid gekregen hierop schriftelijk te reageren. Eiseres heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt.
Beoordeling door de rechtbank
- de omvang van de faciliteiten zoals de oppervlakte van de paardenbakken;
- de omschrijving van de activiteiten in de Aanmeldingsnotitie MER-beoordeling waar wordt gesproken over het houden, opfokken, en trainen en berijden van paarden;
- de omvang van de ruimte op de verdieping van 2.200 m2, acht toiletten en een kantine van 270 m2.
Oordeel van de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. L.P Hertsig, leden, in aanwezigheid van mr.I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2024.