Eisers maakten bezwaar tegen het besluit van Provinciale Staten van Utrecht tot vaststelling van de tussenbalans regionale energiestrategieën, omdat zij meenden dat het besluit rechtsgevolgen had en dus bezwaar mogelijk was. Provinciale Staten verklaarden het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het besluit geen rechtsgevolg heeft. De rechtbank toetste dit en concludeerde dat de vaststelling van de tussenbalans een politiek-bestuurlijke uitspraak is zonder directe rechtsgevolgen.
Eisers verwezen naar een amendement in het besluit en een advies van een professor die stelden dat het besluit rechten van potentiële investeerders zou beïnvloeden en dus rechtsgevolg zou hebben. De rechtbank verwierp deze redenering omdat het besluit slechts een wens van Provinciale Staten bevat die pas in latere plannen van gedeputeerde staten tot rechtsgevolg kan leiden.
Omdat het bezwaar gericht was tegen een besluit zonder rechtsgevolg, was het terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van eisers tegen deze beslissing werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en zonder toekenning van griffierecht of proceskosten.