ECLI:NL:RBMNE:2024:4087

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 juli 2024
Publicatiedatum
8 juli 2024
Zaaknummer
UTR 23/1865
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:42 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen bezwaar mogelijk tegen vaststelling tussenbalans regionale energiestrategieën wegens ontbreken rechtsgevolg

Eisers maakten bezwaar tegen het besluit van Provinciale Staten van Utrecht tot vaststelling van de tussenbalans regionale energiestrategieën, omdat zij meenden dat het besluit rechtsgevolgen had en dus bezwaar mogelijk was. Provinciale Staten verklaarden het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het besluit geen rechtsgevolg heeft. De rechtbank toetste dit en concludeerde dat de vaststelling van de tussenbalans een politiek-bestuurlijke uitspraak is zonder directe rechtsgevolgen.

Eisers verwezen naar een amendement in het besluit en een advies van een professor die stelden dat het besluit rechten van potentiële investeerders zou beïnvloeden en dus rechtsgevolg zou hebben. De rechtbank verwierp deze redenering omdat het besluit slechts een wens van Provinciale Staten bevat die pas in latere plannen van gedeputeerde staten tot rechtsgevolg kan leiden.

Omdat het bezwaar gericht was tegen een besluit zonder rechtsgevolg, was het terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van eisers tegen deze beslissing werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en zonder toekenning van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard omdat het besluit geen rechtsgevolg heeft.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1865

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juli 2024 in de zaak tussen

Stichting Windalarm, gevestigd in Amsterdam,

Stichting Red de Plassen, gevestigd in De Ronde Venen,
Stichting Stop Windturbines Geingebied, gevestigd in De Ronde Venen,
Vereniging [vereniging], gevestigd in [vestigingsplaats] ,
Stichting Red de Hoge Dijk, gevestigd in Amsterdam
Stichting Red het Angstellandschap, gevestigd in Baambrugge,
Vereniging Lokaal Belangrijk voor Leusden-Achterveld-Stoutenburg, gevestigd in Leusden,
Stichting STOP WINDTURBINES AETSVELDSEPOLDER i.o.,
[eiser], uit [woonplaats]
samen eisers
en

provinciale staten van de provincie Utrecht, verweerder.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of eisers bezwaar konden maken tegen de besluitvorming van provinciale staten over de Tussenbalans Regionale Energiestrategieën. Provinciale staten hebben dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eisers tegen die beslissing op bezwaar.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank heeft provinciale staten gevraagd de op de zaak betrekking hebbende stukken toe te zenden. Ondanks meerdere herhalingen van het verzoek hebben provinciale staten de stukken niet aan de rechtbank gezonden. Provinciale staten hebben daarmee niet voldaan aan de verplichting van artikel 8:42, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank zal uitspraak doen op basis van de stukken van eisers en openbaar beschikbare stukken.
3. Eisers zijn het niet eens met het besluit van 21 september 2022 van provinciale staten tot vaststelling van de Tussenbalans Regionale Energiestrategieën. Daarom hebben zij tegen dat besluit bezwaar gemaakt. Dat bezwaar is op 15 februari 2023 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het besluit geen rechtsgevolg zou hebben.
3.1.
Het maken van bezwaar tegen een beslissing van een bestuursorgaan is alleen mogelijk als sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. Een van de voorwaarden is dat de beslissing rechtsgevolg heeft. Een beslissing heeft rechtsgevolg als zij erop is gericht een bevoegdheid, recht of verplichting voor een of meer anderen te doen ontstaan of teniet te doen, dan wel een juridische status van een persoon of een zaak vast te stellen. Aan deze voorwaarde moet zijn voldaan, om sprake te laten zijn van een besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt. De rechtbank zal beoordelen of sprake is van een rechtsgevolg.
3.2.
Ter onderbouwing van het standpunt dat sprake is van een rechtsgevolg, wijzen eisers erop dat de tekst van het besluit tot vaststelling van de Tussenbalans met een amendement is gewijzigd. De gewijzigde tekst zou op rechtsgevolg zijn gericht. Daarom zou volgens eisers de niet-ontvankelijkverklaring van hun bezwaar onjuist zijn. Het gewijzigde beslispunt 7 luidt als volgt:
“Gedeputeerde Staten op te dragen om bij de mogelijke planvorming minimaal 50% lokaal eigendom als uitgangspunt te hanteren, waarbij gestreefd wordt naar maximale participatie door omwonenden;”
3.3.
Eisers verwijzen ter onderbouwing van hun standpunt naar een advies van professor [A ] van de Stichting voor Beleidsanalyse en Bestuursondersteuning. In dit advies staat dat de Tussenbalans met het amendement het recht van potentiële investeerders wijzigt. Daarom zou volgens het advies sprake zijn van een algemeen verbindend voorschrift. De Tussenbalans zou het voor niet lokale investeerders moeilijker maken om voor meer dan 50% eigenaar van een windmolen te worden. De rechten van die potentiële investeerders zouden zo worden beïnvloed en daarom zou sprake zijn van een rechtsgevolg.
3.4.
De redenering in het advies is onjuist. De vaststelling van de Tussenbalans met het amendement is een politiek-bestuurlijke uitspraak van provinciale staten. Het bevat de wens van provinciale staten over wat het college van gedeputeerde staten zal hanteren als uitgangspunt bij mogelijke plannen. Van mogelijke rechtsgevolgen voor potentiële investeerders zal pas sprake zijn nadat het college van gedeputeerde staten de opdracht heeft verwerkt in zijn planvorming. Die toekomstige plannen kunnen gericht zijn op rechtsgevolg, of kunnen leiden tot latere besluiten die gericht zijn op rechtsgevolg. De vaststelling van de Tussenbalans zelf is niet gericht op rechtsgevolg. Ook is het geen algemeen verbindend voorschrift.
3.5.
Omdat het bezwaar was gericht tegen een besluit waartegen geen bezwaar of beroep open staat, hebben provinciale staten dit terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom slaagt het beroep niet. Dat is op voorhand duidelijk, zodat de rechtbank deze uitspraak doet zonder zitting. Provinciale staten hoeven ook geen griffierecht of proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. de Snoo, rechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.