In deze zaak staat centraal of de huurovereenkomst tussen eiseres en gedaagde een gebruik van woonruimte betreft dat naar zijn aard van korte duur is, dan wel een reguliere huurovereenkomst. Gedaagde woont sinds maart 2020 in een appartement dat deel uitmaakt van een complex dat oorspronkelijk bedoeld is voor short-stay verhuur. Eiseres stelt dat het gebruik kortdurend is en heeft de huur opgezegd met het verzoek tot ontruiming en schadevergoeding.
De kantonrechter overweegt dat de huurovereenkomst een reguliere huurovereenkomst betreft, waarbij gedaagde huurbescherming geniet. De opzegging door eiseres is niet rechtsgeldig omdat de genoemde opzeggingsgronden niet voldoen aan de wettelijke vereisten, met name omdat geen sprake is van een gebruik van korte duur. Ook is niet gebleken dat gedaagde tekortschiet in haar verplichtingen.
Daarom worden alle vorderingen van eiseres afgewezen en wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.