In deze zaak heeft eiser in 2020 een woning gekocht van de gedaagden. Ongeveer een jaar na levering werd een verborgen gebrek ontdekt: de Ytong-blokken in de bijkeuken waren door vocht aangetast, waardoor instorting dreigde. Dit gebrek was voor eiser niet zichtbaar of kenbaar bij aankoop.
De verkopers hadden in de koopovereenkomst afgesproken de herstelkosten te vergoeden bij verborgen gebreken die de woning ongeschikt maken voor normaal gebruik. De rechtbank oordeelde dat de woning inderdaad niet geschikt was voor normaal gebruik vanwege het instortingsgevaar en dat het gebrek niet onder de eerder gesloten vaststellingsovereenkomst viel.
De herstelkosten werden vastgesteld op €33.815,45, inclusief kosten voor het onderzoeksrapport, met aftrek van nieuw voor oud. De vordering van eiser werd grotendeels toegewezen, terwijl overige kosten zoals vervanging van de bijkeuken en extra voorzieningen werden afgewezen. De verkopers werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de herstelkosten, wettelijke rente vanaf 13 januari 2022, en proceskosten.