ECLI:NL:RBMNE:2024:4170
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde winkelpand te Utrecht
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar winkelpand aan een adres in Utrecht, welke door de heffingsambtenaar op €3.442.000 is vastgesteld met waardepeildatum 1 januari 2022. De rechtbank heeft het beroep op 13 mei 2024 behandeld en beoordeelt of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld.
De heffingsambtenaar heeft de waarde onderbouwd met vergelijkingen van verkoopprijzen van referentieobjecten in dezelfde straat en een huurwaardekapitalisatiemethode. De rechtbank oordeelt dat deze methode passend is en dat de waarde per m² van het object lager is dan die van de referentieobjecten, waardoor de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
Eiseres heeft verschillende algemene en laat ingediende beroepsgronden aangevoerd, waaronder het ontbreken van koopovereenkomsten en het gebruik van omzetgerelateerde huur, maar deze zijn door de rechtbank buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de bezwaar- en beroepsfase nog geen twee jaar heeft geduurd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding af en bepaalt dat eiseres het griffierecht niet terugkrijgt. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 24 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.