De rechtbank Midden-Nederland behandelde een verzoek tot voorlopige voorzieningen in een echtscheidingsprocedure waarbij de vrouw en man afspraken maakten over de zorg en het ouderschapsplan, maar het gebruik van de woning en kinderalimentatie nog onbeslist waren.
De rechtbank besloot dat de vrouw het exclusieve gebruik van de woning krijgt, omdat partijen niet samen kunnen wonen en dit in het belang van de kinderen is. Het verzoek tot gebruik van de inboedel werd eveneens toegewezen. Een verzoek tot gebruiksvergoeding werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het feit dat de vrouw alle lasten draagt.
Voor de kinderalimentatie stelde de rechtbank vast dat de man vanaf 1 oktober 2023 moet bijdragen in de kosten van de kinderen met €287 per maand tot 1 januari 2024 en €286 per maand daarna. De draagkracht van partijen werd berekend op basis van hun netto besteedbaar inkomen, rekening houdend met woonlasten, premies en toeslagen. De man ontvangt een WW-uitkering sinds augustus 2023, wat in de berekening werd meegenomen.
De rechtbank paste geen zorgkorting toe vanwege het grote tekort aan draagkracht. De overige verzoeken werden afgewezen. De beslissing is genomen door rechter D. van Bloemendaal en griffier I.R.S. Salomé en uitgesproken op 17 juni 2024.