De rechtbank Midden-Nederland heeft op 16 juli 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die ervan werd verdacht samen met haar partner een bedrag van €85.168,07 te hebben witgewassen, afkomstig uit een fiscaal delict, namelijk het opzettelijk onjuist indienen van een belastingaangifte over 2018.
De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een geslaagde fiscale inkeer, omdat verdachte later een juiste aangifte had ingediend. De rechtbank verwierp dit verweer omdat het OM de witwaszaak al ruim vóór deze inkeerregeling was gestart en de inkeerregeling niet analoog toepasbaar is op het witwasdelict.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte samen met haar partner het geldbedrag had verworven en voorhanden had, wetende dat dit afkomstig was uit een eigen misdrijf. Verdachte werd strafbaar verklaard voor medeplegen van eenvoudig witwassen. Gelet op de ernst van het feit, persoonlijke omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn, legde de rechtbank een taakstraf van 80 uur op met aftrek van voorarrest.