Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, geboren in 1941, wegens zijn onrustige gedrag en de noodzaak van zorg onder de Wet zorg en dwang (Wzd).
Tijdens de mondelinge behandeling op 11 maart 2024 was betrokkene aanwezig maar niet in staat om gehoord te worden vanwege het gebruik van kalmeringsmiddelen die nog niet waren uitgewerkt. De advocaat en de dochter van betrokkene gaven aan dat betrokkene graag zijn standpunt zou willen uiten. De arts bevestigde het onrustige gedrag en stemde in met een korte verlenging van de machtiging.
De rechtbank oordeelde dat het niet mogelijk was betrokkene te horen en besloot de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van twee weken, met het overige deel van het verzoek aangehouden. Binnen deze termijn zal een nieuwe zitting plaatsvinden waarbij betrokkene, zijn advocaat, de dochter en de instelling worden opgeroepen, in de hoop dat betrokkene dan wel gehoord kan worden.