De officier van justitie verzocht op 25 maart 2024 om voortzetting van een op 23 maart 2024 opgelegde crisismaatregel ten aanzien van betrokkene, die verblijft in een GGZ-instelling. De mondelinge behandeling vond plaats op 27 maart 2024, waarbij betrokkene niet aanwezig wilde zijn, maar wel kort werd gehoord. De psychiater stelde dat betrokkene een manisch psychotische ontregeling vertoont en gestopt is met medicatie, wat aanleiding geeft tot voortzetting van verplichte zorg.
De rechtbank beoordeelde dat sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychotische stoornis, waarbij de crisismaatregel noodzakelijk is om lichamelijk letsel te voorkomen. De verplichte zorg omvat onder meer toediening van medicatie, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en effectief.
De machtiging wordt verleend voor een periode van drie weken tot en met 17 april 2024. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd door rechter L.P. de Haas. Tegen deze beschikking staat cassatie open.