Eiser, met een neurologische aandoening, werd door het CBR rijgeschikt verklaard voor categorie B met een termijnbeperking van één jaar. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank beperkte haar toetsing tot de termijnbeperking, aangezien de medische conclusies niet in geschil waren.
De beoordeling van de rijtest door een B-examinator bleek tegenstrijdig: het rapport sprak enerzijds van een voldoende rijtest in een automaat, anderzijds van een matige rijtest in een schakelauto, terwijl eiser normaal gesproken in een automaat rijdt. Verweerder kon deze tegenstrijdigheden niet verklaren.
De rechtbank oordeelde dat het rapport niet concludent is en verweerder niet aan zijn vergewisplicht had voldaan. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig voorbereid en ontbrak een deugdelijke motivering. Op grond van artikel 8:51a Awb werd verweerder in de gelegenheid gesteld het gebrek te herstellen binnen zes weken, met een termijn van twee weken om aan te geven of hij hiervan gebruik maakt. De verdere beslissing werd aangehouden tot de einduitspraak.