Op 12 juli 2023 vond in Luttelgeest een geweldsincident plaats waarbij verdachte samen met een ander het slachtoffer mishandelde. Verdachte werd beschuldigd van twee feiten: poging tot zwaar lichamelijk letsel met een mes en medeplegen van mishandeling. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was voor het eerste feit en sprak verdachte daarvan vrij.
Voor het tweede feit achtte de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een medeverdachte het slachtoffer heeft mishandeld door tegen zijn lichaam te slaan en te schoppen. Getuigenverklaringen bevestigden dat het slachtoffer op de grond lag en door beide verdachten werd aangevallen, wat duidt op nauwe en bewuste samenwerking.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond, en de persoonlijke situatie van verdachte, waaronder zijn justitiële verleden en het feit dat hij zelf letsel had opgelopen. Gezien deze factoren en het feit dat de zaak bij verstek werd behandeld, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 1 week op, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
De benadeelde partij had een schadevergoeding van €5.000,- gevorderd wegens het eerste feit, maar deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte daarvan werd vrijgesproken. De benadeelde partij kan deze vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 9 juli 2024.