Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[naam 2] [.] V.O.F.,
2.
[naam 3],
3.
[naam 4],
4.
[naam 5],
5.
[naam 6],
[naam 3],
[naam 4],
[naam 5],
[naam 6],
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, een ondernemer in de verkoop van zoetwaren, schakelde fiscaal advieskantoor [naam 2] c.s. in voor waardebepaling en fiscaal advies bij verkoop van zijn onderneming. [naam 2] c.s. adviseerde een VOF-constructie met koper, een BV, om gebruik te maken van de doorschuiffaciliteit (BOR) voor fiscale voordelen. De rechtbank stelde vast dat de doorschuiffaciliteit alleen geldt bij overdracht tussen natuurlijke personen, waardoor het advies onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat [naam 2] c.s. haar zorgplicht heeft geschonden door niet tijdig en volledig te informeren over de voorwaarden van de doorschuiffaciliteit, waaronder het gezamenlijk verzoek aan de Belastingdienst en de ontbindingsakte van de VOF. Ook het advies van de hulppersoon [naam 7] was onvolledig, waardoor ook zij aansprakelijk werd gesteld.
De schade van eiser werd begroot op € 25.696,- aan inkomstenbelasting en rente, plus advieskosten en buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank wees de vergoeding van advocaatkosten af wegens proceskostenregeling. De aansprakelijkheid werd verdeeld met 2/3 voor [naam 2] c.s. en 1/3 voor [naam 7], die in de vrijwaringsprocedure werd veroordeeld tot betaling aan [naam 2] c.s.
De rechtbank veroordeelde [naam 2] c.s. tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten aan eiser en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De vrijwaringsprocedure werd deels toegewezen met kostencompensatie.
Uitkomst: Fiscaal adviseur wordt veroordeeld tot betaling van €34.308,50 aan eiser wegens schending zorgplicht; hulppersoon wordt gehouden tot vrijwaring voor een derde deel van die schade.