De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 12 juni 2024 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van openlijke geweldpleging in vereniging op 18 september 2022 te Emmeloord. De officier van justitie stelde dat verdachte samen met anderen geweld had gebruikt tegen aangever, die daarbij letsel opliep.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had op het plegen van geweld in vereniging. Uit getuigenverklaringen bleek dat aangever provocerend was en onder invloed verkeerde. Verdachte had aanvankelijk geprobeerd het conflict te vermijden, maar sloeg aangever vervolgens één keer. Verdachte werd door een omstander van aangever van hem afgetrokken. Er was geen bewijs dat verdachte anderen had aangespoord of gelijktijdig met hen geweld had gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat het niet bewezen kon worden dat verdachte opzet had op het in vereniging plegen van geweld. Het handelen van verdachte zou mogelijk als eenvoudige mishandeling kunnen worden gekwalificeerd, maar dat was niet ten laste gelegd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €750,-, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van verdachte, die tot op heden nihil zijn begroot.