Eiser is door zijn zorgverzekeraar FBTO aangemeld bij het CAK wegens een betalingsachterstand van meer dan zes maanden. Het CAK heft hiervoor een bestuursrechtelijke premie die de zorgpremie vervangt. Het CJIB heeft vervolgens eisers zorgtoeslag ingehouden om deze premie te voldoen.
Eiser betoogt dat hij niet verzekeringsplichtig is omdat hij geen loonbelasting heeft betaald en daarom onterecht als wanbetaler is aangemeld. De rechtbank stelt dat het CAK niet bevoegd is om te toetsen of iemand verzekeringsplichtig is, maar slechts een marginale toets toepast om overduidelijk onjuiste meldingen te voorkomen.
De rechtbank benadrukt dat iedereen die in Nederland woont verzekeringsplichtig is en dat het CAK de aanmelding terecht in behandeling heeft genomen. Omdat eiser als wanbetaler is aangemeld, mocht het CJIB zijn zorgtoeslag inhouden. Eiser kan zijn bezwaar tegen de hoogte of het recht op zorgtoeslag bij de Belastingdienst aankaarten.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, hij krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter L.M. Henderson op 10 januari 2024.