Uitspraak
RECHTBANK Utrecht
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
2.Waar gaat deze zaak over
3.De beoordeling
Duur, verlenging en opzegging
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak verhuurt eiser een woning aan gedaagde, die deze sinds 2020 bewoont. Eiser vordert ontruiming omdat hij de overeenkomst als bepaalde tijd ziet die per 1 augustus 2023 is geëindigd, betaling van achterstallige huurindexering en een voorschot op een contractuele boete wegens overtreden van het maximale aantal onderhuurders.
De rechtbank beoordeelt dat partijen een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd met een minimumduur van twee jaar zijn aangegaan, omdat tussentijdse opzegging was uitgesloten en de overeenkomst na twee jaar doorloopt. Dit beschermt gedaagde tegen ontruiming. Ook wijst de rechtbank de vordering tot huurprijsindexering af omdat sprake is van een all-in huurprijs en een lopende procedure bij de huurcommissie. De contractuele boete wordt afgewezen omdat eiser stilzwijgend toestemming gaf voor drie onderhuurders.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van €677,00 en tot betaling van wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. De uitspraak bevestigt het beschermende karakter van het huurrecht en voorkomt dat verhuurder via contractuele constructies huurbescherming kan omzeilen.
Uitkomst: De vorderingen van eiser tot ontruiming, huurprijsindexering en contractuele boete worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.