ECLI:NL:RBMNE:2024:4457

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 juli 2024
Publicatiedatum
23 juli 2024
Zaaknummer
10992318
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering Eneco tot afsluiting warmte- en koudeaansluiting bij onduidelijkheid bewoning woning

Eneco Warmte & Koude Leveringsbedrijf B.V. vordert een verklaring voor recht dat zij gerechtigd is de warmte- en koudeaansluiting in de woning van gedaagde af te sluiten, omdat geen leveringsovereenkomst is afgesloten ondanks herhaaldelijke verzoeken. Gedaagde heeft niet gereageerd en beweert per 15 april 2024 verhuisd te zijn, maar dit is niet geverifieerd.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde als bewoner een leveringsovereenkomst had moeten sluiten of Eneco toegang moest verlenen om de aansluiting af te sluiten. Omdat gedaagde dit niet heeft gedaan en niet bereikbaar was, worden de vorderingen toegewezen zodat Eneco de aansluiting kan afsluiten, mits gedaagde nog in de woning woont.

Hoewel onduidelijk is of gedaagde inmiddels is verhuisd, is er onvoldoende bewijs dat dit het geval is. Eneco heeft dit niet gecontroleerd, maar heeft wel belang zolang gedaagde mogelijk nog in de woning verblijft. Daarom worden de vorderingen grotendeels toegewezen.

Gedaagde wordt veroordeeld tot gedeeltelijke ontruiming van de woning voor toegang tot de meter, tot afgifte van de meter, tot betaling van de afsluitkosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Eneco is gerechtigd de aansluiting af te sluiten en gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van kosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10992318 UC EXPL 24-1805 WMB/61313s
Vonnis van 24 juli 2024
in de zaak van
ENECO WARMTE & KOUDE LEVERINGSBEDRIJF B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Eneco,
gemachtigde: Flanderijn & Van Eck,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 28 februari 2024;
- het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 20 maart 2024;
- de mondelinge behandeling van 19 juli 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Op de mondelinge behandeling is Eneco verschenen, vertegenwoordigd door haar gemachtigde de heer J.A. de Rost, werknemer bij Flanderijn & Van Eck. [gedaagde] is niet verschenen.
1.3.
Aan het eind van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat een vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
Eneco heeft een aansluiting voor koude en warmte inclusief een meter in de woning met het adres [adres] te ( [postcode] ) [plaats] (hierna: de woning). Voor deze aansluiting is geen leveringsovereenkomst afgesloten met Eneco. Eneco heeft [gedaagde] als bewoner van de woning meerdere keren verzocht om een leveringsovereenkomst voor het gebruik van de aansluiting met haar te sluiten. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Eneco vordert daarom een verklaring voor recht dat zij gerechtigd is om de aansluiting af te sluiten. Daarnaast vordert zij dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot (gedeeltelijke) ontruiming, zodat Eneco de meter zelf kan afsluiten. [gedaagde] heeft aangevoerd dat Eneco elk moment bij hem naar binnen mag om de aansluiting af te sluiten en dat hij per 15 april 2024 niet meer in de woning woont. De vorderingen van Eneco worden grotendeels toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

3.De beoordeling

De vorderingen worden toegewezen, ondanks dat het onduidelijk is of [gedaagde] is verhuisd
3.1.
[gedaagde] moet (of moest) als bewoner ofwel een leveringsovereenkomst met Eneco sluiten, ofwel Eneco toestaan om de aansluiting af te sluiten. [gedaagde] kan anders immers gebruikmaken van de aansluiting zonder daarvoor te betalen. [gedaagde] heeft beide niet gedaan. [gedaagde] zegt wel dat Eneco altijd bij hem binnen mag om de aansluiting af te sluiten, maar tot nu toe heeft [gedaagde] hiervoor geen contact met Eneco opgenomen, terwijl dat hem wel is verzocht, en was hij ook verder niet bereikbaar voor Eneco. Om die reden zal de kantonrechter de vorderingen van Eneco toewijzen, zodat Eneco de woning van [gedaagde] kan binnengaan en de aansluiting kan afsluiten. Dit kan Eneco echter alleen als [gedaagde] daar nog woont.
3.2.
[gedaagde] heeft op de rolzitting namelijk verteld dat hij zou gaan verhuizen op 15 april 2024. Als [gedaagde] nu inderdaad niet meer in de woning woont, heeft Eneco geen belang meer bij haar vorderingen. Eneco gaat ervan uit dat [gedaagde] wel nog in de woning woont. Het is in deze procedure niet vast te stellen of [gedaagde] op dit moment nog in de woning woont. Enerzijds heeft [gedaagde] namelijk zelf niets aangeleverd om te onderbouwen dat hij inderdaad is verhuisd en is hij ook niet op de zitting verschenen om verdere uitleg te geven. Anderzijds heeft Eneco geen enkele onderbouwing gegeven voor haar standpunt dat [gedaagde] nog wel in de woning zou wonen, omdat zij dit niet heeft gecontroleerd en zelf aangeeft dat zij niet in contact kan komen met [gedaagde] om de verhuizing te verifiëren.
Omdat de mogelijkheid bestaat dat [gedaagde] nog steeds in de woning woont, heeft Eneco wel belang bij haar vorderingen en zullen de vorderingen van Eneco (grotendeels) worden toegewezen.
[gedaagde] moet (een deel van) de proceskosten van Eneco betalen
3.3.
[gedaagde] is in deze procedure in het ongelijk gesteld en moet daarom in principe de proceskosten van Eneco betalen. De kantonrechter zal echter bij de begroting van de proceskosten geen procespunt toekennen voor de mondelinge behandeling. Het mocht namelijk van Eneco worden verwacht dat zij na het antwoord van [gedaagde] zelf een controle zou uitvoeren om te kijken of hij daar nog woont. Als zij dat had gedaan, had de mondelinge behandeling misschien niet hoeven plaatsvinden. De proceskosten van Eneco worden daarom begroot op:
- kosten van de dagvaarding
112,99
- griffierecht
130,00
- salaris gemachtigde
40,00
(1,00 punten × € 40,00)
- nakosten
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
302,99

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
verklaart voor recht dat Eneco gerechtigd is om de aansluiting(en) op het verbruiksadres ( [adres] te [plaats] ) te onderbreken door het verrichten van de daarvoor noodzakelijke werkzaamheden en vervolgens onderbroken te houden en dat [gedaagde] wordt veroordeeld om dat te gedogen;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om het verbruiksadres ( [adres] te [plaats] ) te ontruimen, welke ontruiming wordt beperkt tot de ruimte(s) die betreden moet(en) worden om toegang tot de meter(s) en/of aansluiting(en) te verkrijgen en voor de duur van de voor de onderbreking van de aansluiting(en) noodzakelijke werkzaamheden;
4.3.
beveelt [gedaagde] om de meter(s) aan [gedaagde] af te geven;
4.4.
betaling van € 211,00 aan kosten die verbonden zijn aan de afsluiting van de aansluitingen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van afsluiting van de aansluitingen tot alles is betaald;
4.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 302,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J.A. Boots, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door, mr. D.C.P.M. Straver, kantonrechter, op 24 juli 2024.