Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
[handelsnaam],
1.Samenvatting
2.De procedure
3.De beoordeling
4.De beslissing
woensdag 28 augustus 2024voor het nemen van de hiervoor genoemde akte door [handelsnaam] ;
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak staat centraal wie de auteursrechten bezit op haakpatronen die door de ontwerpster in opdracht van de handelsnaam zijn gemaakt voor verschillende haakconcepten uit 2015, 2016 en 2022. De ontwerpster stelt dat zij auteursrechthebbende is en dat de handelsnaam inbreuk maakt door verkoop van patronen buiten de afgesproken projecten. De handelsnaam betwist dit en claimt zelf auteursrechthebbende te zijn.
De rechtbank stelt vast dat de patronen auteursrechtelijk beschermd zijn en dat de ontwerpster als maker en auteursrechthebbende moet worden beschouwd. Artikel 8 Aw Pro en het BVIE zijn niet van toepassing. Er is geen geldige overdracht van auteursrechten aan de handelsnaam, omdat een schriftelijke akte ontbreekt. Wel is sprake van licenties voor exploitatie binnen de projecten, maar verkoop buiten deze projecten vormt inbreuk.
De rechtbank wijst de verklaring voor recht van inbreuk toe en draagt de handelsnaam op om binnen vier weken een gespecificeerd overzicht van verkoop en winst te overleggen. De vorderingen tot een aanvullende billijke vergoeding worden afgewezen, omdat de ontwerpster onvoldoende heeft onderbouwd dat de vergoeding onbillijk is en de toepasselijke wettelijke regeling niet van toepassing is op oudere overeenkomsten. Ook een inzagevordering wordt afgewezen wegens gebrek aan rechtmatig belang.
De zaak wordt aangehouden voor verdere besluitvorming na overlegging van de gevraagde stukken.
Uitkomst: De ontwerpster is auteursrechthebbende en de handelsnaam maakt inbreuk door verkoop buiten projecten; aanvullende billijke vergoeding wordt afgewezen.