ECLI:NL:RBMNE:2024:4520
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde tussenwoning in Utrecht
Eiser is eigenaar van een tussenwoning in Utrecht waarvan de WOZ-waarde voor het belastingjaar 2023 is vastgesteld op €406.000,-. Eiser betwist deze waarde en stelt dat deze niet hoger mag zijn dan €371.000,-. Na een ongegrond verklaard bezwaar tegen de beschikking, heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelt dat de WOZ-waarde wordt bepaald op basis van de vergelijkingsmethode, waarbij de woning wordt vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde wijk en met vergelijkbare kenmerken. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix en Iwoz-kaarten overgelegd die de vergelijkbaarheid en waardebepaling onderbouwen.
Eiser voert verschillende formele en inhoudelijke gronden aan, waaronder het ontbreken van bouwtekeningen, een onjuiste kwalificatie van de staat van de woning, onvoldoende onderbouwing van objectkenmerken en ongeschikte referenties. De rechtbank verwerpt deze gronden omdat de heffingsambtenaar voldoende inzicht heeft gegeven en de door eiser aangedragen alternatieve referenties minder vergelijkbaar zijn.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde niet te hoog heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Eiser ontvangt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €406.000,- wordt ongegrond verklaard.