Partijen wonen sinds 2012 samen in een woning met twee minderjarige kinderen van de vrouw uit een eerdere relatie. De relatie is ontwricht en beiden vorderen het uitsluitend gebruik van de woning. De vrouw stelt dat zij gelijke rechten heeft en vordert medehuurderschap en exclusief gebruik, terwijl de man dit betwist en eveneens het uitsluitend gebruik vordert.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw geen medehuurder is en dat het niet aannemelijk is dat zij dat zal worden, mede omdat medewerking van de man en zijn voormalige partner vereist is voor medehuurderschap. De man krijgt daarom het uitsluitend gebruik van de woning toegewezen.
De vrouw wordt veroordeeld de woning binnen vier weken te verlaten en alle sleutels te overhandigen. De vorderingen tot dwangsom, machtiging tot ontruiming met sterke arm en uitschrijving bij de Basisregistratie Personen worden afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.